Vereniging voor Epidermolysis Bullosa patiënten

EB en Huidkanker

Waarom is onderzoek naar huidkanker zo belangrijk?

Plaveiselcelcarcinoom (SCC = squamous cell carcinoma) is een soort huidkanker en een belangrijke doodsoorzaak bij mensen met recessieve dystrofische epidermosis bullosa (RDEB). Ervaren EB-klinici en onderzoekers gaan ervan uit dat de levensverwachting bij deze groep mensen gemiddeld 35 jaar lager ligt.  Sommige mensen worden al op jongere leeftijd getroffen, andere zijn dan weer ouder of worden helemaal niet getroffen. Hoewel deze kanker ook voorkomt bij mensen met een normale huid, is SCC bij RDEB-patiënten veel agressiever en veel moeilijker te behandelen.


Daarom moet onderzocht worden hoe deze kanker ontstaat, waarom hij veel agressiever is bij EB en deze mensen makkelijker aantast. Het is dan ook een van de prioriteiten van DEBRA’s internationaal onderzoek. Een beter inzicht leidt tot betere behandeling, vertraagt de ziekte of kan zelfs het ontstaan van die kanker tegengaan.


Andere vormen van kanker komen ook vaker voor bij mensen met andere types EB, maar kunnen makkelijker behandeld worden. Mensen met bijvoorbeeld simplex Dowling-Meara lopen een hoger risico op BCC (basaalcelcarcinoom), een kanker die ook voorkomt bij mensen met een normale huid, en sommige mensen met JEB lopen een hoger risico op SCC.


Tot nu toe is er weinig onderzoek gedaan naar SCC bij EB, waarom deze mensen een hoger risico lopen en de kans om te sterven zo veel hoger ligt. Omdat EB zo zeldzaam is, kan zij nauwelijks rekenen op commerciële of gesubsidieerde onderzoeksprogramma’s om dieper op de oorzaken en omstandigheden in te gaan. DEBRA zal zich daarom concentreren op projecten die tot een betere kennis van kanker bij EB leiden. De kennis over kanker neemt sterk toe, en zo zullen wij die elementen kunnen identificeren die relevant zijn voor EB.


Hoe kan beter begrip in het ontstaan van kanker tot betere behandeling leiden?

De normale controleprocessen in de cellen die het lichaamsweefsel aanmaken lopen bij kanker fout. De kankercellen die hierdoor ontstaan werken abnormaal in hun stofwisseling en groei-eigenschappen. Deze kankercellen volgen niet meer de mechanismen die normale groei, deling en dood van de cel verzekeren. Dit kan leiden tot tumoren en spreiding ervan. Dit veranderende gedrag komt voort uit de eigen genen van de kankercel die hun activiteit veranderen: sommige genen worden inactief, andere actief, hyperactief of minder actief.


Omdat de verschillen tussen de kankercellen en de normale cellen zo subtiel zijn, is kanker moeilijk te behandelen. Een geneesmiddel dat de kankercel doodt, kan ook de normale cellen beschadigen.


Als we de verschillen in genenactiviteit bij de kankercellen kunnen identificeren en daarenboven controleren, kan dat leiden tot betere geneesmiddelen tegen kanker. Op dezelfde manier kunnen we onderzoeken waarom de kanker bij EB agressiever is dan bij een normale huid, wat dan weer leidt tot EB-specifieke geneesmiddelen.


Het is dan ook evident dat DEBRA onderzoek steunt dat het verschil bestudeert tussen SCC-kankercellen in EB-huid en in normale huid, en in EB-huid zonder kanker. Door deze genen te identificeren kunnen we komen tot betere geneesmiddelen.


Wat maakt EB-huid een makkelijker doelwit voor kanker?

Tot nu toe zijn er daarvoor verschillende redenen ontdekt. Verscheidene huidproteïnen die fout zijn in EB, zoals collageen 7, laminine, of integrine, zijn belangrijk voor een structurele sterkte van de huid. Deze proteïnen zijn interactief met andere proteïnen van de huid, waarvan sommige belangrijk zijn in allerlei vormen van cellulaire controlemechanismen. Als de EB-proteïne fout is, kan de interactie fout lopen en daardoor de normale cellulaire processen verstoren.


Daarenboven lijkt SCC zich altijd te ontwikkelen in de buurt van chronische wonden van de huid. Bij het genezen van die wonden worden veel genen ingeschakeld, of op hoog niveau actief gemaakt. Bij chronische wonden blijven die processen permanent veranderd zodat ze niet uitgeschakeld worden. Het genezingsproces wordt zo verstoord. Daarom is het belangrijk chronische wonden bij EB te vermijden. En als er toch chronische wonden zijn, deze op de juiste manier te doen genezen zodat zij niet aantrekkelijk worden om kanker te ontwikkelen. Een beter inzicht in wat er gebeurt op cellulair en genetisch niveau kan daarbij helpen.


De structurele zwakte van de EB-huid kan bovendien een bijdrage leveren aan kankers die zich ontwikkeld hebben en uitgezaaid zijn: kankercellen kunnen makkelijker uitzaaien als de huid beschadigd is en zij in de bloedsomloop terechtkomen.

Bron: Debra België

Contact

Contact
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Onderzoek

UMCG

Wetenschap | Presentaties

favicon 180

Debra Nederland 2017